Waar
woont de heilige Geest?
Als u deze bijdrage leest hebben we Pinksteren al weer achter ons liggen en is de zomer begonnen.
Pinksteren is voor veel mensen een ongrijpbaar feest. En zelfs veel christenen hebben er grote moeite mee om aan niet-christenen uit te leggen wat dat feest precies inhoudt.
Pinksteren is het feest van de (heilige) Geest.
Maar wat is dan die Geest? Is dat Gods geest? En waar is die Geest dan te vinden?
In zijn boekje ‘Gezegend de Onzienlijke’ van de in 2008 overleden Jan van Kilsdonk schrijft hij in een hoofdstuk over die heilige Geest dat een jongeman hem eens vroeg waar de heilige Geest woont, in de hemel of op aarde.
Van Kilsdonk vroeg zich af hoe hij met ernst op deze vraag zou moeten antwoorden.
Ik lees dan bij Van Kilsdonk:
“Het Credo van Nicea, uit het jaar 325….. begint met de woorden Credo in unum Deum: Ik geloof in één God.
De mensen die dit veerkrachtig formulier tegenwoordig nog zingen, stellen zich waarschijnlijk voor dat achter het ‘unum Deum’, één God, een accolade moet worden gedacht.
Die accolade doet dan de eenheid van God openwaaien in de Almachtige Vader en in Onze Heer Jezus Christus en in God de Heilige Geest.
De Heilige Geest hoort dan thuis in de hemel, net zo goed als de vader en misschien ook wel onze Heer Jezus Christus.
Maar zo liggen de zaken niet. Het oude Credo zingt gewoon: ik geloof in één God, en bedoelt daarmee, eerlijk en écht joods, alléén de Vader.
Sinds het Concilie van Nicea zongen of zingen de kanunniken en de monniken all over the World aan het eind van iedere psalm Gloria Patri: Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest. De drie zijn gecoördineerd en alle drie even ver af.
Maar in de drie eeuwen vóór Nicea bad de kerk meer op het ritme van de Schrift: Eer aan de Vader, door de Zoon, in de Heilige Geest.
Alleen de Vader, de eeuwige, de onnoembare, de onuitsprekelijke, wordt aanbeden, door de Zoon als de eerste van ons, in de Heilige Geest die in de biddende gemeente is, in de biddende mens, de ziel van haar ziel en het hart van haar hart.” (einde citaat)
Het antwoord van Van Kilsdonk op de vraag van de jongeman is dat God naar goed Oudtestamentisch gebruik ook in het Nieuwe Testament de onzichtbare God blijft, dat Jezus (de Zoon) het venster is en blijft op die onzichtbare God en dat de Geest van God én van Jezus van Nazareth het handelen en drijven van die beiden in ons midden is.
Waar die werkzaamheid onze ‘ikken’ maakt tot een ‘wij’, daar is sprake van heilige Geest. Die heilige Geest is de gezindheid en de kracht van God binnen in ons. Die Geest kan wonen in mensen die vrij zijn, die zich niet laten knechten door onheilige machten.
Dus als iemand u ooit vraagt: waar woont toch die heilige Geest? Dan kunt u naar waarheid antwoorden: misschien wel in uzelf!
Carla Borgers
PASTORALIA
Re-creatie
De zomer is bij uitstek de tijd om te recreëren. In deze periode trekken degenen die geen schoolgaande kinderen (meer) hebben erop uit en straks in juli en augustus gaan de ouders met kinderen. Of wellicht blijft u thuis en doet u dingen die u anders niet zou doen.
Fietsen, wandelen, een boek lezen, lekker op het balkon of in de tuin zitten, een tentoonstelling bezoeken. Kortom: ontspannen, proberen het leuk te hebben, uitrusten van de vele verplichtingen, van het werk, de school, de stress van alledag, van het almaar moeten draven. Van recreëren word je een ander mens, voel je je vaak weer beter in je vel zitten. Je vindt rust voor lichaam en ziel.
Recreatie heeft ook nog een diepere betekenis: herschepping, nieuwe of vernieuwde schepping maken. Het heeft ook te maken met anders verder gaan, niet meer in hetzelfde spoor blijven lopen. Het heeft te maken met ‘luisteren naar je ziel’.
De zangeres Lenny Kuhr zong daar ooit over in haar lied ‘Als je niet luistert naar je ziel’, waarin ze vraagt: Wat heb je met jezelf gedaan? Wat is geluk? Is dit wat je wou?
En haar conclusie is duidelijk: Als je niet luistert naar je ziel ga je dood, dan blijf je gevangen in de ijzeren greep van deze wereld en haar logica.
Recreëren betekent voor veel mensen rust zoeken. De rust van de natuur, van een paar weken niets doen, van even de boel aan de kant gooien.
Want het leven gaat snel, te snel vaak. De druk op mensen, op kinderen is vaak heel groot. De druk om te presteren, de druk om goede cijfers te halen, de druk om het maximale uit jezelf te halen.
Lenny Kuhr zingt van deze mensen: Je hebt een doel, je hebt een taak, je blaakt van plichtsgevoel.
Maar dan zingt ze verder: Gaat het niet te vlug, kun je nog terug. Is dit nu je lot, ga je niet kapot…?
Als je ergens moe van wordt of een ‘burn out’ van krijgt is dat het wel van een leven waarin de meetlat van je eigen idealen of de norm van je sociale omgeving altijd hoger is dan wat je eigenlijk kunt opbrengen. Misschien zal het u en mij deze zomer eindelijk eens gaan lukken om het leven te ervaren en te leven als een geschenk. Je hoeft de hemel niet te bestormen met al je kennen en kunnen, want die hemel omarmt jou hier, op de plek waar je bent, ‘down to earth’.
Hier is de plek waar je gekend bent en geliefd. Hier mag je zorgen voor je ziel en hoef je je niet groot te houden. Je mag luisteren naar waar je ziel om vraagt, naar wat jij nodig hebt om mens te worden en te blijven. Want…. Als je niet luistert naar je ziel dan ga je dood.
Ik wens u, waar u ook bent, waar u ook naar toe gaat deze weken en hoe u uw vakantie ook doorbrengt, dat u terugkomt als re-creatie, als nieuwe schepping. En dat u de moed zult vinden om anders verder te gaan, om in dat nieuwgevonden spoor te blijven. Dat u dat zware juk van altijd moeten, van de ijzeren gangen van algebra en logica blijvend durft af te leggen.
Kortom, ik wens u veel re-cratie deze zomer!
Carla Borgers