Werken aan Duurzaam Samenleven

 

Met de gespreksgroep “Duurzaam Samenleven” bespreken we twee zeer verschillende manieren van duurzame ontwikkelingssamenwerking.

Meestal beginnen we met de actuele toestand en de ontwikkelingen van ons eigen project in Burundi en daarna bespreken we ontwikkelingen en vragen van wereldwijde samenwerking en van de Wereldraad van Kerken.

Ik zal nu alleen ingaan op het laatstgenoemde thema van de Wereldraad van Kerken en daarna zal Eelko het Burundi project bespreken.

 

De Wereldraad van Kerken is in 1948 opgericht in Amsterdam om de eenheid van de Christelijke Kerken gestalte te geven. Nu zijn er ca. 350 kerkgenootschappen aangesloten of geassocieerd lid. Meer dan de helft van de leden bevindt zich in ontwikkelingslanden.

In 2007 zijn de programma’s van de Wereldraad gereorganiseerd. Daarbij is het JPC-programma (Justice, Peace, Creation) gesplitst in een programma “Vrede” en een nieuw programma voo ”Justice, Diaconia en Creation”.   De heer Wolters, de voormalig directeur van Oikos in Nederland (Oecumenische Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking),

is directeur van het nieuwe programma voor “Gerechtigheid, Diaconie en Heelheid van de Schepping geworden” bij de Wereldraad van Kerken in Geneve.

Omdat wij de 2% voor ontwikkelingssamenwerking van de Wereldraad  ondersteunen, en de heer Wolters goed kennen, hebben wij (de gespreksgroep Duurzame Samenleving) hem gevraagd om zijn beleid voor de komende jaren toe te lichten. Op een avond in Hengelo in april 2008 heeft hij ons ingelicht over het nieuwe programma waaraan hij leiding geeft. (Verslag in Raakvlak van mei 2008).

 

Organisaties in arme landen zijn minder goed toegerust dan die in rijke landen waardoor een toenemende ongelijkheid is ontstaan in de onderhandelingen tussen arm en rijk. Dat speelt bijvoorbeeld in de onderhandelingen van arme landen met de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds over de schulden van arme landen en in de onderhandelingen met de Wereldhandelsorganisatie over vrijhandelsovereenkomsten.

De heer Wolters gaf aan dat de Wereldraad korte contactlijnen heeft met plaatselijke kerken in ontwikkelingslanden. Daardoor kan zij argumenten, ideeën en adviezen uit die landen naar voren brengen die ingang vinden bij de Wereldbank, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie. 

Duurzaam samenleven staat op gespannen voet met de wens van rijke landen om de eigen levensstijl te behouden. In plaats van ons streven naar economische groei en welvaart zouden we ons moeten oriënteren duurzame economie en welzijn van mensen. Dat zijn zaken waarvoor de Wereldraad ijvert op wereldwijde schaal. Daarvoor verdient ze onze steun door daadwerkelijk bij te dragen aan de 2% voor de Wereldraad. Door die extra bij onze vrijwillige bijdrage aan de kerkelijke gemeente over te maken. Afgelopen jaar heeft onze gemeente € 269 bijgedragen aan de 2% van ontwikkelingssamenwerking.

 

Tim ter Kuile

 

Nieuwe deelnemers aan de gespreksgroep zijn van harte welkom! 

De bijeenkomsten worden gehouden in de Remonstrantse kerk in Hengelo op iedere eerste donderdag van de maand van 10:00 tot 12:00 uur.

Opgeven bij Tim ter Kuile, tel: 074-277 42 88

 

 

Het Burundi  project

 

Op de themadienst van zondag 15 maart in Enschede, gewijd aan Duurzaam Samenleven, werd een overzicht gegeven van het project dat de Doopsgezinde gemeente Twente Zuidoost en de Remonstrantse gemeente Hengelo samen hebben in Burundi. Het project beoogt door een vijf jaar durende steun een aantal families bij het plaatsje Makabuko in midden Burundi te helpen een duurzaam leven te hebben, nadat ze temidden van geweld hadden geleefd en daar zwaar van hadden geleden. Verslagen over voortgang van het project verschenen al van tijd tot tijd in Raakvlak en in Draagvlak. Onderstaand overzicht is grotendeels ontleend aan het verslag van het project, dat die morgen is gegeven.

 

Wat is Burundi voor land?

Het oppervlak van het land, dat ligt in centraal Afrika, is ongeveer gelijk aan dat van Nederland. Het land heeft een bevolking van 7 miljoen mensen, van wie 60% Katholiek is,  5% Protestant, 1% Islamieten en 30% heeft andere levensvisies.  Landbouw geeft 90% van de economische activiteit, koffie en thee zijn de belangrijkste uitvoergewassen. De bevolking bestaat uit voor 85% uit stammen van Hutu’s en 14% Tutsi’s.

Hoe is de huidige toestand ontstaan?

Moordpartijen tussen Hutu’s en Tutsi’s begonnen al in al in 1965 en uitbarstingen van onderling geweld vonden sindsdien plaats. Vredesonderhandelingen vonden plaats in 1995 met het Accoord van Arusha, o.a. door bemiddeling van Nelson Mandela. In 1995 vonden verkiezingen van gemeentebesturen, parlement en presidentschap plaats. In 2004 bleek dat er duidelijk behoefte was aan goed onderwijs en kleine leningen. In 2005 en 2006 vonden verzoeningsgesprekken plaats, deels op basis “verzoening moet je leren”. Zo was er de actiegroep “Burundeze Vrouwen voor Vrede” die zich inspant om het wantrouwen tussen dorpen weg te nemen. Nadruk valt daarbij op eerlijk praten, empathisch luisteren, in een veilige omgeving.

 

Laten we even kijken hoe het project tot stand kwam

Laurent Niyonkuru, uit Burundi, studeerde in Nederland af voor veearts en Tim ter Kuile kwam met hem in contact bij het 10 jarig bestaan van OIKOS, nu meer dan vier jaar geleden. Laurent vroeg of we zijn projectvoorstel wilden ondersteunen, om weduwen en wezen in zijn geboorteplaats van kleinvee (geiten, kippen en konijnen) te voorzien. Bij onze medefinancierings-organisaties kunnen namelijk alleen Nederlandse instellingen een projectvoorstel indienen. Na toelichting van het projectvoorstel op een gemeenteavond in de Rem. kerk in Hengelo bleken de gemeenteleden zeer positief. Door de steun van de Doopsgezinde en Remonstrantse gemeenten is een samenwerkingsproject gestart. De werkgroep van Tim ter Kuile, Jan van Gijssel en Eelko Bergsma houdt contact met Laurent Niyonkuru namens de gemeenten. In Burundi wordt het project geleid door de Stichting SOLUCOPA. Het heeft een kantoor in de hoofdstad Bujumbura. De stichting begeleidt ontwikkelingsprojecten. In Nederland is er de ontwikkelingshulp organisatie Reragakura, die gelden overmaakt naar Burundi. Door de Nederlandse Burundezen draagt deze stichting financieel een deel bij aan het project. De lezer heeft hun muziekkaal optreden daartoe misschien wel eens bijgewoond.

 

Op 150 km van de hoofdstad ligt de streek met het plaatsje Makebuko, waar Laurent vandaan komt Daar heeft het project 150 families aangewezen die allereerst in aanmerking kwamen voor hulp. Het zijn families waarvan de mannen zijn gedood in de burgeroorlog, of ze zijn verdwenen. Onze ondersteuning vindt plaats door vakkennis en geld voor het houden van bokken en geiten, konijnen en kippen. De vrouwen en kinderen onderhouden de dieren en krijgen de opbrengst - melk, eieren en vlees. De benodigde hokken voor de konijnen, rennen voor de kippen en afzettingen voor de geiten zijn gefinancierd door de NCDO (Nationale Commissie Duurzame Ontwikkeling)

 

Laurent berichtte in februari van dit jaar dat de doelstellingen van het project behaald zijn.

Het project heeft geleid tot betere voedingstoestand voor moeders en kinderen en daarmee heeft het er ook toe geleid dat kinderen meer naar school kunnen gaan. Laurent meldt “Namens de mensen in Burundi willen wij de gemeenten hartelijk bedanken voor uw bijdrage.” Laurent is ook kritisch: Hij zegt: Onze indruk is dat het project redelijk goed draait ondanks zwakke punten zoals management, natuurbehoud en misschien onvoldoende ondernemingsgeest.

Afgelopen maanden hebben de kippen een virus opgelopen. De zieke kippen zijn afgevoerd en de meeste gezonde kippen zijn geslacht voordat ze ziek zouden worden. We hebben besloten om nog geld te sturen voor een aantal gezonde kippen die zijn ingeënt. We zien door deze gebeurtenis ook de kwetsbaarheid van het project.

Het uitgangspunt van het project blijft dat we hulp geven gedurende vijf jaar. Het project loopt dus nu nog ruim een half jaar. Er is dus de noodzaak om te komen tot zelfstandigheid van het kleinvee houden en het fokken van de dieren. We willen vermijden dat als onze steun eindigt, dan ineenstort wat is opgebouwd. Samen met Laurent onderzoeken we nu actief de mogelijkheid van microkrediet financiering door lokale hulporganisaties.

 Blijvende vragen

Burundi leert ons, dat het afhangt van de instelling van de mensen wat er met hulp tot stand kan komen. Er is de vraag:: leidt de hulp tot een duurzame verbetering? En breidt de hulp zich uit tot meer mensen, zoals een olievlek zich uitbreidt?  Wat is de invloed van corruptie en van machtstrijd? 

Natuurlijk kunnen we ons moeilijk een beeld vormen van de omstandigheden waaronder de mensen in het Burundese dorp leven en wat hun overwegingen zijn. Duurzaamheid van wat bereikt is hangt na het beëindigen van de buitenlandse hulp af van commerciële mogelijkheden, lokaal initiatief en de motieven van mensen. Het succes van microkrediet, als het er komt,  zal ook afhangen van gemeenschapsvisie in de praktijk.

Daar ligt ook een ander aanknopingspunt met ons en onze gemeenten in Nederland,

namelijk het mensen inspireren tot de goede motieven en de goede instelling. We kunnen wat dat betreft ook leren van de bekommernis om de toestand die Burundezen in het project tonen. Het blijft echter een bovenmenselijke, maar niet onmogelijke taak. Daarom branden we een kaars. En berichten we over het project in een kerkdienst.

En de vraag aan ons is eigenlijk ook, hebben wij behalve geld en vakkennis ook wat te bieden om de goede motieven en de goede instelling te bereiken, daar en hier. Hebben we daarmee ervaringen? Daarbij verschilt Burundi niet van Nederland, in beide landen zijn goede motieven en een goede instelling nodig.

 

Samenvatting van de belangrijkste kenmerken van het project in Burundi.

Gunstige eigenschappen van het project

  • lokale mensen leiden het project
  • lokale behoeften zijn het uitgangspunt van de plannen
  • voedingstoestand van vrouwen en kinderen verbetert door vlees, melk en eieren

van geiten, konijnen en kippen: dit geeft ondersteuning van vrouwen en kinderen in gezinnen die door het geweld en oorlog ontwrichte zijn

  • een virusinfectie heeft de kippen gedood, maar er waren nog net middelen voor aankoop van nieuwe kippen en hun vaccinatie

Ongunstige factoren van het project

  • het geleidelijk uitbreiden van de kleinveestapel voor meer mensen is niet bereikt
  • er is zwakke lokale ondernemingsgeest
  • steun van de landbouwschool in de buurt is beperkt tot hulp bij vaccinatie
  • onzekerheid over duurzame voortzetting van het houden van de kleinveestapel,
  • het is onzeker of de mogelijkheid bestaat voor lokale microkrediet financiering
  • degenen die het project leiden wonen in de hoofdstad die ver af is van het gebied. Het gebied ertussen is soms te onveilig om erdoor te reizen

                                                                       De werkgroep Duurzame Samenleving